Ethiek
Wie dit weblog een beetje bijhoudt of op andere manieren wel eens met mij in contact komt, weet dat ik een goed debat over journalistieke ethiek wel op prijs stel. Iedereen die daarover serieus wil meepraten, heeft dan ook bij voorbaat mijn sympathie.
Maar soms kan het ook te veel worden.
Vanmiddag was zo´n moment.
In een statige bovenzaal van de Industrieele Groote Club, pal aan de Dam in Amsterdam, was de presentatie van de Stichting Media-Ombudsman Nederland. Na een dik jaar van voorbereidingen (inclusief het vergaren van twee forse subsidies van het Stimuleringsfonds voor de Pers) kregen we een inkijkje in de plannen van dit gezelschap grijze & wijze journalistieke zwaargewichten. Geen persconferentie, want dat paste niet in de plannen. Vragen waren achteraf dan ook slechts mogelijk in een informele sfeer onder het genot van een drankje - zoals dat past in een Groote Club.
Van de plannen kan in elk geval gezegd worden dat die ambitieus zijn. Tegelijk is geen van de concrete ideeën nieuw, alles wordt elders al uitgevoerd. Waarmee de vraag voor de hand ligt wat de toegevoegde waarde zou kunnen zijn van deze Media Ombudsman. En daaraan gekoppeld: of het überhaupt wel klopt dat er een maatschappelijke behoefte zou bestaan aan deze club. Daar komt nog bij dat de Stichting met de naam die ze gekozen heeft, ten onrechte de indruk wekt dat het een particuliere belangenbehartiger is. Wat ze, als ik de presentatie van vanmiddag goed heb gevolgd, totaal niet is.
Kern van de taak van deze - door zichzelf benoemde - Media-Ombudsman is immers "de journalistieke producties van alle nieuwsmedia, gedrukt, audiovisueel dan wel electronisch, te toetsen aan de vigerende en/of nieuwe standaarden van ethiek en deontologie". Nou, ga er maar aan staan. Om dat te bereiken "formuleert de Media-Ombudsman een zelfstandig en onpartijdig oordeel dat op regelmatige tijden in gedrukte vorm en via de eigen website kenbaar wordt gemaakt". Die website is er overigens slechts in basale vorm (de opdracht voor de uitbouw is vandaag gegeven, aldus vice-voorzitter Kees Haak) en de "gedrukte vorm" (een kwartaalschrift, volgens Haak) komt er pas als er geld voor wordt gevonden. In de kern wil de ombudsman dus vooral ingaan op algemene zaken en ze gaat dus niet aan de slag met specifieke klachten van burgers. En laat dát nou net de suggestie zijn die voor een gemiddelde burger (en journalist) uitgaat van de term ombudsman. Zeker nu er al enige tijd, op basis van signalen uit het veld, specifiek onderzoek plaatsvindt naar het nut van zo´n al dan niet aan de Raad voor de Journalistiek gekoppelde ombudsman. Kortom, de naam had wat handiger gekozen kunnen worden.
Even terug naar de ambities van de stichting. ik loop voor het gemak even puntsgewijs door de meest in het oog springende voornemens, waarbij ik probeer te zoeken naar de toegevoegde waarde:
1. Onderzoek naar de haalbaarheid en effectiviteit van journalistieke codes in Nederland (geplande duur van dit promotie-onderzoek is 4 jaar, waarvoor het stimuleringsfonds 134.000 euro heeft vrijgemaakt en de UvA nog eens 90.000 euro). Elk onderzoek is welkom, maar nog niet zo gek lang geleden hebben Nijmeegse onderzoekers hetzelfde gedaan.
2. Een onderzoek naar het functioneren van ombudslieden in binnen- en buitenland (uitgevoerd door Huub Evers, subsidie 54.000 euro). Wederom: elk onderzoek brengt ons dichter bij de waarheid, maar er loopt al een onderzoek naar de waarde van ombudslieden. Uitgevoerd door de Raad voor de Journalistiek.
3. Organisatie van symposia en conferenties. Die zijn er al voldoende, lijkt me. Georganiseerd door een breed scala aan initiatiefnemers die met elkaar alle ethische debatten die nodig zijn kunnen entameren.
4. Het verzorgen van gastcolleges op journalistieke scholen en universiteiten: altijd handig, maar het staat de scholen vrij daar op elk moment elke beschikbare deskundige voor te charteren. Hetgeen ook nu al volop gebeurt.
5. Het opstellen van een gedetailleerde gedragscode voor journalisten: onzin en overkill. Het debat over de leidraad van de Raad voor de Journalistiek en de conceptcode van het Genootschap van Hoofdredacteuren is nog in volle gang. Wie er een mening over heeft, kan die volop kwijt.
Kortom: de achterliggende gedachten zijn meestal niet verkeerd, de bedoelingen zijn vast oprecht, maar in concreto is er geen enkele vooruitgang mee te boeken. Sterker nog, met haar initiatieven gaat deze stichting de reeds actieve partijen flink voor de voeten lopen.
Ook de introductie die de voorzitter van de stichting, Jan van Groesen, vanmiddag uitsprak, droop van de ambitie. Dat hij daarbij feit en fictie steevast vermengde om het belang van zijn geesteskind te benadrukken, is waarschijnlijk terug te voeren op zijn enthousiasme en geloof in de goede zaak. Alle begrip dus daarvoor. Maar er waren te veel aspecten in zijn verhaal die in een Amerikaanse rechtszaal aanleiding zouden geven voor de kreet "leading the witness, your honor!".
Zo stelde Van Groesen dat "het journalistieke handwerk in het gedrang is gekomen", dat "de selectie en presentatie van het nieuws minder worden ingegeven door de wil te informeren maar meer om in het gevlij te komen", dat "de sensatie het gaat winnen van de kwaliteit" en dat "de gebruikelijke fora voor het regelen van journalistieke verantwoordelijkheid hebben deze ontwikkelingen niet kunnen bijhouden". Spreek voor jezelf, Jan van Groesen. Natuurlijk zijn er incidentele voorbeelden te geven van bovenstaande beweringen, maar feiten zijn het allerminst. Van Groesen gaat verder met zijn als waarheden verpakte meningen: "Journalistieke verdieping moet het steeds meer afleggen tegen scoringsdrift en oppervlakkigheid", "snelheid wint het van zorgvuldigheid", "de autonome nieuwsselectie van de journalist komt in gevaar evenals zijn professionele kritische vermogen". Conclusie van al dit lelijks, wederom volgens de ombudsman: "Dit gaat ten koste van de onafhankelijke serieuze journalistiek en van het democratisch gehalte van de samenleving".
Veel (te) Grote Woorden, gestoeld op kort door de bocht geformuleerde aannames met als enig doel de legitimiteit van de nieuwe stichting te bewijzen. Quod non.
Nog even een blik op de initiatiefnemers. Buiten de al genoemde Jan van Groesen en Kees Haak, zitten ook Willem Breedveld, Redmar Kooistra en Hans Goslinga in het bestuur. Daarnaast is er een "Curatorium" (raad van toezicht?) met Hans Dijkstal als voorzitter, Richard van der Wurff (media-onderzoeker bij de UvA), Hans Renders (hoogleraar RUG), Jan Renkema (hoogleraar UvT), Dolf van Harinxma Thoe Slooten (UvT) en Huub Evers (media-ethicus Fontys Tilburg). Opvallenderwijs worden drie zetels in dit curatorium vrijgehouden voor de voorzitters van de NVJ, de Raad voor de Journalistiek en het Genootschap van Hoofdredacteuren. Toevallig ben ik lid van alle drie genoemde gremia en bij deze zou ik mijn voorzitters willen adviseren voor die eer te bedanken. Ze kunnen hun tijd echt wel beter besteden.
Hoe belangrijk het journalistiek-ethische debat ook is en hoe welkom elke inhoudelijke bijdrage daaraan, op deze manier spannen we echt het paard achter de wagen. Daar schiet, om met Jan van Groesen te spreken, noch de journalistiek noch het democratisch gehalte van ons land een centimeter mee op.
Tot slot een inschatting: over een jaar is de Media-Ombudsman verdronken in zijn eigen ambities en hoort niemand er nog ooit iets van.
Zie ook leugens.nl
Reacties
Dankzij jou is het project niet nu al een stille dood gestorven. Maar duidelijk is ook: het leeft niet.
Groet,
JanD
die de rechter de enige echte ombudsman vindt op het gebied van wat wel en niet mag