Mensenbaby’s nog niet af
donderdag 13 september 2007 om 11:58
Pasgeboren veulens lopen binnen een uur, een mensenkind kan na zeven maanden pas omrollen. Waarom duurt het zo lang voor we volwassen zijn? Eigenlijk zijn mensen bij de geboorte nog maar half af. Het duurt jaren voor lichaam en geest fatsoenlijk werken.
door Tjitske Visscher / Kennislink.nl
Iedereen die wel eens een babykamer binnenkwam terwijl de baby diep in slaap was, weet hoe voorzichtig je dan te werk
moet gaan. De deur openen zonder dat hij kraakt, op je tenen dichterbij sluipen en heel stilletjes over het randje van
het ledikant gluren. Vooral niet niezen of andere geluiden maken. Het kind zou toch eens wakker worden.
Mensen hebben veel geduld met hun pasgeboren 'jongen'. Vijf keer per dag moet er worden gevoed, daarna even over de
schouder om een boertje te doen. Een aantal maal de luier verschonen, beetje spelen. Verder de hele dag laten slapen en
troosten als de baby huilt, ook midden in de nacht. En dat een half jaar lang.
Zo is het in de dierenwereld niet. Daar mag je niet pas na zeven maanden voor het eerst omrollen en een jaar de tijd
nemen om zelfstandig te leren staan. In het wild moet je na je geboorte vaak meteen kunnen rennen voor je leven. Een
giraffenjong dat niet meteen opstaat, is ten dode opgeschreven. Zijn moeder port hem bezorgd in zijn zij, want overeind
moet hij.
Hoe kan het dat mensenkinderen zo hulpeloos zijn? Niet alleen in die eerste periode van zogen, maar nog jaren daarna,
zijn ze afhankelijk van hun ouders. Zo vanaf hun dertiende levensjaar zijn mensen vruchtbaar, maar toch blijven ze dan
meestal nog minstens zes jaar veilig in het ouderlijk nest wonen.
Te grote hersens
De reden van onze afhankelijkheid is dat wij mensen zulke ontwikkelde hersenen hebben. Sinds het ontstaan van de groep
apen die uiteindelijk geleid heeft tot de mens, werd de herseninhoud steeds iets groter en kwamen er steeds meer
functies bij. Maar die ontwikkeling heeft er ook toe geleid dat we niet meer direct voor onszelf kunnen zorgen.
Want het menselijk lichaam is bij de geboorte nog helemaal niet af. Onze benen zijn niet sterk genoeg om ons te dragen.
We hebben nauwelijks motoriek. Maar langer zwanger zijn om het kleine mensje af te bouwen is geen optie: nog langer in
de baarmoeder en ons hoofd zou niet meer door moeders bekken passen. Door ons grote hoofd moeten we vroeg geboren
worden en ons verder ontwikkelen buiten het lichaam van onze moeder.
Ook het brein zelf is nog lang niet klaar bij de geboorte. Het gaat daarbij vooral om de zogenoemde neocortex, het deel
dat zich vlak boven onze ogen bevindt. In de neocortex zit bij de mens de sleutel tot belangrijke emotionele en
verstandelijke eigenschappen zoals sociaal gedrag en het nemen van beslissingen. De hele kindertijd en zelfs de
puberteit zijn nog nodig om dat deel van de hersenen te vervolmaken.
Weerloos als ze zijn moeten baby's hun ouders zo ver krijgen lang voor hen te zorgen. Om de neocortex te laten
volgroeien, gooien jonge mensenbaby's heel wat in de strijd. Er moet zo snel mogelijk een band gesmeed worden tussen
henzelf en, bij voorkeur, zowel hun vader als hun moeder. Vanuit evolutionair oogpunt zal de moeder bij de kinderen
blijven om voor ze te zorgen. Dan moet de vader niet alleen het kind, maar ook de moeder, tegen gevaar van buitenaf
beschermen en op zoek gaan naar eten voor de moeder. Geen wonder dat we het grote hoofd, de grote ogen, het wipneusje
en het kirrende lachje zo aantrekkelijk vinden. Mensen zijn voorgeprogrammeerd om baby's lief te vinden. Zonder die
ingebakken voorkeur zouden we nooit volwassen worden!