Zestien uur lang voor de spiegel
dinsdag 8 januari 2008 om 15:48
Enorme wallen na een avondje stappen of zo’n vervelende ‘bad hair day’: we hebben allemaal wel eens zo’n dag en toch gaan we dan gewoon de deur uit. Voor sommige mensen is dat echter geen optie. Ze zijn zó onzeker over hun uiterlijk, dat hun leven erdoor wordt beheerst
door Roxanne Vis
De spiegel was haar grootste vriend én vijand. Uren stond ze naar haar reflectie te staren, druk in de weer met haarlak
en een borstel. Anke (44, de naam van de patiënt is om privacyredenen gefingeerd) was zelden tevreden over haar kapsel.
Ze wilde pas gezien worden als het helemaal perfect zat. "Het moest symmetrisch zijn, haast tot op de millimeter
nauwkeurig", vertelt ze. "Op het dieptepunt heb ik eens zestien uur voor de spiegel gestaan." Na een tijdje maakte Anke
het wel heel bont. Als haar haar een keer goed zat, ging ze half zittend slapen om haar kapsel intact te houden.
Dat er iets mis met haar was, was Anke wel duidelijk. Maar wat precies? Dat ontdekte ze toen ze een boek las over
dwangneuroses. "Helemaal aan het eind van het boek stond een hoofdstukje over Body Dysmorphic Disorder. Ik zat stijf op
de bank van schrik en herkenning toen ik dat las. Aan de ene kant wil je het niet geloven, je wilt niet gestoord zijn.
Toch kon ik er niet onderuit. Ik heb toen mijn collega's, familie en vrienden ingelicht. Ik schaamde me kapot. Je vindt
het zo banaal. Het is zo oppervlakkig om je druk te maken over je uiterlijk en dat ben ik helemaal niet. Dat ik
daadwerkelijk aan BDD leed, werd al snel overduidelijk toen ik werd doorverwezen naar het Leids Universitair Medisch
Centrum (LUMC). En ook dat ik het in ernstige mate had."
Vernederd
Over de aanleiding van de stoornis hoefde Anke niet lang na te denken. Die stond nog in haar geheugen gegrift. Het
gebeurde in de tweede klas van het vwo. "Op het schoolplein stond een grote oude boom. Op een dag liep ik naar buiten
en was het een drukte van belang rond die boom. Iedereen joelen en lachen. Ik dacht dat er wel iets spectaculairs aan
de hand zou zijn, dus ik liep erheen om te kijken. Plotseling draaide iedereen zich naar mij om, begonnen ze naar mij
te wijzen en te joelen. Ik keek naar de boom en daarop hing een tekening van mij. Een spotprent, met daaronder de
woorden: 'Wie wil er trouwen met het lelijkste meisje van de school?' Ik voelde me zó vernederd."
"Die tekening is een eigen leven gaan leiden. Ik had het gevoel dat ik er anders uit moest zien, zodat ze me niet meer
konden pakken. Ik ben andere kleding gaan dragen en ging me heel erg focussen op mijn haar. Ik weet niet waarom,
misschien stond het op de tekening. Haar, daar kun je tenminste nog wat aan veranderen. Kort, lang, gekleurd, gekruld:
je kunt er van alles mee uitspoken, maar niets beviel me. Ik begon me terug te trekken. Ik dacht: dan maar een grijze
muis. Als je niet opvalt, pakken ze je ook niet. Die vermijdingen en rituelen zijn door de jaren heen steeds sterker
geworden."
Om haar stoornis onder controle te houden, is Anke momenteel onder psychiatrische behandeling. Het heeft effect, maar
helemaal genezen zal Anke misschien nooit. "Ik heb niet meer het gevoel dat iedereen naar me kijkt, maar ik kan nog
steeds niemand onder ogen komen zonder eerst een blik in de spiegel te werpen."
Meer weten over Body Dysmorphic Disorder? Anke heeft in samenwerking met het LUMC een uitgebreide website opgezet over de ziekte.
Ingebeelde lelijkheid
Body Dysmorphic Disorder (BDD) is een stoornis in de lichaamsbeleving die in het Nederlands 'ingebeelde lelijkheid'
wordt genoemd. Kenmerkend is het fanatisme waarmee de patiënten gefixeerd zijn op een onvolkomenheid aan het uiterlijk,
die door anderen vaak niet te zien is. Die obsessie neemt extreme vormen aan. Naar schatting lijdt één op de honderd
mensen aan een vorm van BDD. In Nederland is er nog relatief weinig onderzoek gedaan naar de stoornis, maar cijfers van
het LUMC laten zien dat zeven procent van de mensen die voor een depressie worden behandeld, in werkelijkheid lijdt aan
BDD.
Er zijn ongeveer evenveel mannen als vrouwen met de ziekte. Gemiddeld genomen begint het zich te ontwikkelen vanaf het
dertiende levensjaar en wordt het een groot probleem rond het achttiende jaar. Hoewel BDD niet alleen in het Westen
voorkomt, is er weinig bekend over de stoornis in andere delen van de wereld. Psychologen gaan er wel van uit dat de
ziekte al eeuwen bestaat. Al in 1892 werd BDD als ziektebeeld omschreven door de Italiaanse psychiater Enrico Morselli.
Hij gebruikte toen de term dysmorfofobie. Uitgebreide literatuur over BDD is echter pas in de laatste tien jaar
verschenen.
Kippenbotje in neus
"BDD leidt tot een enorme verstoring van je dagelijks leven", weet Theo Bouman. Hij is als klinisch psycholoog
verbonden aan de Rijksuniversiteit in Groningen en doet al jaren onderzoek naar de stoornis. Hij noemt een paar extreme
voorbeelden. "Een patiënt van een Londense collega had zijn oren aan zijn hoofd vastgeniet om een strakker gezicht te
krijgen. Een ander had zijn eigen neus gebroken en er een kippenbotje in gemonteerd. Bizar."
Volgens Bouman focussen mannelijke BDD'ers zich op andere lichaamsdelen dan vrouwelijke patiënten. "Vrouwen zijn over
het algemeen meer bezig met de vier b's: borsten, buik, billen en benen. Mannen maken zich eerder druk om hun
uitdunnende haar of voelen zich niet gespierd genoeg." Dit laatste wordt ook wel het Adoniscomplex genoemd, een vorm
van BDD waarbij de focus vooral ligt op de spiermassa. Over de oorzaken van BDD is volgens Bouman weinig bekend, omdat
die erg verschillend zijn. Er bestaan vermoedens dat er een verband is tussen het groeiende aantal gevallen van BDD en
het huidige onrealistische schoonheidsideaal. "Maar echt harde uitspraken kunnen we er niet over doen, want we weten
weinig over het aantal BDD'ers in vroeger tijden."
Mes of psych?
Een bezoekje aan de plastisch chirurg is vandaag de dag bijna net zo gewoon als een knipbeurt bij de kapper. Als je
niet tevreden bent over je uiterlijk laat je er toch gewoon wat aan doen? Dat het niet zo eenvoudig ligt, blijkt uit
onderzoek van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht.
Eén op de twintig mensen die binnenstappen bij een dermatoloog of plastisch chirurg, heeft volgens de studie meer baat
bij een psychiater. Vijf maanden lang kregen patiënten een vragenlijst voorgelegd. Iemand kreeg de diagnose BDD als
bleek dat diegene zich erg zorgen maakte over zijn uiterlijk, terwijl de arts geen afwijkingen kon ontdekken. Bij
dermatologie bleek 8,5 procent de aandoening te hebben, bij plastische chirurgie 3,2 procent. In de jaren 90 werd een
soortgelijk onderzoek gedaan in het Haagse Ziekenhuis Leyenburg. De resultaten waren verbluffend: 66,7 procent van de
mannen die voor een penisverlenging kwamen, voldeed aan de criteria voor BDD.
|